Fiscale eindejaarstips 2020 (ondernemers met een bv en particulieren)

Geplaatst op 29/12/2020

Fiscale eindejaarstips 2020

Deze tips gelden voor ondernemers met een bv en particulieren

Ondernemers met een bv

1. Vorm een coronareserve

De coronacrisis heeft grote financiële gevolgen voor veel ondernemingen. Heeft u in 2020 als gevolg van de coronacrisis verlies geleden, dan kunt u gebruik maken van de coronareserve. Met de coronareserve kan een onderneming coronagerelateerd verlies uit 2020 versneld verrekenen met de winst uit 2019.

 

Tip: heeft u de aangifte over het jaar 2019 al ingediend, dan kunt u een nieuwe aangifte indienen waarin u alsnog een coronareserve vormt ten laste van het resultaat. Dat is ook mogelijk als er al een definitieve aanslag is opgelegd over 2019.

 

Let op! De coronareserve mag niet groter zijn dan de winst van het jaar 2019 die is behaald zonder de vorming van deze reserve. De coronareserve wordt in 2020 weer volledig in de winst opgenomen. Wilt u weten of u gebruik kunt maken van de coronareserve, neem dan contact met ons op.

 

2. Verlaag uw schuld aan de bv

Als u een schuld heeft aan uw bv van meer dan € 500.000, moet u vanaf 1 januari 2023 belasting gaan betalen in box 2. 1 januari 2023 lijkt nog ver weg, maar het is raadzaam om nu alvast na te denken over aflossing van deze schuld tot een bedrag onder € 500.000.

 

Let op! Schulden voor de eigen woning tellen niet mee voor deze regeling, maar rekening-courantschulden wel. Informeer bij uw RB hoe u uw schulden het beste kunt aflossen.

 

3. Let op met uitkeren van dividend

Keert uw bv dividend uit, dan betaalt u daar aanmerkelijkbelangheffing over (box 2 van de inkomstenbelasting). Op dit moment betaalt u over dat dividend nog 26,25% belasting. In 2021 stijgt dat tarief naar 26,9%. Het kan dus voordelig zijn om dit jaar nog dividend uit te keren. U kunt de ontvangen bedragen bijvoorbeeld gebruiken voor het aflossen van privéschulden, privé-uitgaven of het verminderen van een lening of rekening courant bij uw bv. Als u het dividend niet gebruikt voor het aflossen van leningen, maar op uw spaarrekening laat staan, kan dat gevolgen hebben voor de te betalen belasting in box 3 en voor uw heffingskortingen.

 

Let op! Voor de NOW-regeling en het bijzonder uitstel van betaling in verband met de coronacrisis geldt als voorwaarde dat het niet is toegestaan om dividend of een bonus uit te keren.

 

4. Beoordeel uw gebruikelijk loon

Bent u dga? Dan wordt u geacht ten minste een ‘gebruikelijk’ loon te hebben. U kunt dit loon zelf vaststellen. Uw gebruikelijk loon is ten minste gelijk aan het hoogste van de drie volgende bedragen:

·         75% van het loon uit de ‘meest vergelijkbare dienstbetrekking’;

·         het hoogste loon van de overige werknemers binnen de onderneming of daarmee verbonden lichamen;

·         € 45.000.

 

Soms mag u een lager gebruikelijk loon hanteren dan € 45.000. Bijvoorbeeld als u slechts in deeltijd werkt voor uw bv. U moet dan wel kunnen aantonen dat u daadwerkelijk minder dan 40 uur per week werkt. Voor dga’s in startups die zich bezighouden met speur- en ontwikkelingswerk en worden gezien als starter voor de S&O-afdrachtvermindering, wordt het gebruikelijke loon niet hoger gesteld dan het wettelijke minimumloon.

 

Hebt u in 2020 een omzetdaling als gevolg van de coronacrisis? Dan mag u uw gebruikelijk loon verlagen naar evenredigheid van deze omzetdaling. Hiervoor gelden wel bepaalde voorwaarden.

 

5. Ga een fiscale eenheid aan en behaal voordeel

Heeft u meerdere besloten vennootschappen, dan moet u voor elke vennootschap een aangifte vennootschapsbelasting indienen. Dat wordt anders als u verzoekt om besloten vennootschappen samen op te nemen in een fiscale eenheid. Dan hoeft nog maar één aangifte vennootschapsbelasting te worden ingediend. Ook zijn dan de meeste onderlinge transacties voor de vennootschapsbelasting niet meer relevant. Daardoor hoeft u over de winst op deze transacties geen belasting te betalen.

Bovendien kunnen verliezen van de ene vennootschap worden verrekend met de winsten van de andere vennootschap.

Om een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting aan te kunnen gaan moet voldaan worden aan een aantal vereisten. Zo moet de moedermaatschappij minstens 95% van de aandelen bezitten.

 

Tip! Binnen een fiscale eenheid vennootschapsbelasting moeten de maatschappijen de verschuldigde vennootschapsbelasting verdelen. Zorg daarom voor een overeenkomst waarin de verrekening van deze vennootschapsbelasting goed is vastgelegd.

 

Let op! Bepaal of een fiscale eenheid voordelig kan zijn. Wilt u met ingang van 1 januari 2021 een fiscale eenheid aangaan, dan moet voor 1 april 2021 een verzoek worden ingediend

 

6. Verbreek uw fiscale eenheid tijdig en voorkom nadelen

Heeft u een fiscale eenheid vennootschapsbelasting? Dan kan deze veel voordelen bieden. Een fiscale eenheid kan echter ook nadelen hebben. Alle vennootschappen zijn namelijk hoofdelijk aansprakelijk voor de vennootschapsbelastingschuld van de fiscale eenheid. Dit nadeel kunt u voor toekomstige schulden voorkomen door de fiscale eenheid te verbreken.

 

Let op! Het ontvoegen van vennootschappen uit de fiscale eenheid kan leiden tot belastingheffing bij de fiscale eenheid. Overleg daarom altijd eerst met uw adviseur.

 

Een verzoek om de fiscale eenheid te verbreken moet worden gedaan vóór het gewenste moment van verbreking. Dus als de fiscale eenheid per 1 januari 2021 moet verbreken, dan moet u het verzoek uiterlijk op 31 december 2020 hebben gedaan.

 

Let op! Het verbreken van een fiscale eenheid kan ook (nadelige) fiscale gevolgen hebben. Overleg daarom altijd eerst met uw adviseur.

 

7. Ontvoeg maatschappijen en haal tariefvoordeel

Heeft u een fiscale eenheid? Dan kan slechts één keer gebruik worden gemaakt van het lage vennootschapsbelastingtarief (15% over de winst tot € 245.000 in 2021). Als de fiscale eenheid dus in 2021 wordt verbroken, kan mogelijk meerdere malen gebruik worden gemaakt van dit lage tarief. Bepaal daarom of het voordeel van zelfstandige belastingplicht groter is dan het voordeel van de fiscale eenheid en ontvoeg eventueel vennootschappen uit de fiscale eenheid.

 

8. Meld het verbreken van een fiscale eenheid voor de btw

Bestaat uw onderneming uit meerdere bv’s die een fiscale eenheid voor de omzetbelasting vormen? En verkoopt u een van die bv’s? Dan verbreekt deze fiscale eenheid. U moet dat wel melden bij de Belastingdienst, anders blijven de overgebleven bv’s aansprakelijk voor de btw-schulden van de verkochte bv; dus ook voor de btw-schulden van de verkochte bv die ná de verkoop van de aandelen ontstaan.

 

9. Overweeg verbreking fiscale eenheid btw

Veel ondernemingen zitten in zwaar weer als gevolg van de coronacrisis. Draait een van uw werkmaatschappijen slecht? Vreest u dat die dochtervennootschap het niet gaat redden? Als uw holding met die werkmaatschappij een fiscale eenheid voor de btw vormt, kunt u overwegen om die eenheid te verbreken. Als uw werkmaatschappij het niet redt, moet uw holding anders namelijk opdraaien voor de btw-schuld van de werkmaatschappij.

 

Let op! De verbreking van de fiscale eenheid btw vergt een ingreep in de feitelijke verhoudingen.

 

10. Pas de fiscale stimuleringsmaatregelen voor innovatie toe

Drijft u een onderneming via een bv? Dan kunt u misschien de innovatiebox toepassen. Winst die uw onderneming behaalt met innovatieve activiteiten, worden dan slechts tegen een tarief van 7% belast. Er zijn ook andere fiscale stimuleringsmaatregelen die (veel) liquiditeiten kunnen opleveren. Denk bijvoorbeeld aan de afdrachtvermindering voor speur- en ontwikkelingswerk (S&O-regeling).

 

Let op! Het belastingtarief voor de innovatiebox wordt met ingang van 2021 verhoogd naar 9%.

 

11. Meld betalingsonmacht tijdig

Kan uw bv de verschuldigde loonheffing en of omzetbelasting niet op tijd betalen? Zorg er dan voor dat u als bestuurder van de bv die betalingsonmacht tijdig meldt bij de Belastingdienst. Doet u dat niet, dan kunt u als bestuurder aansprakelijk worden gesteld voor de schulden van de bv.

 

De melding moet snel gebeuren: over het algemeen binnen twee weken nadat de bv de belasting had moeten betalen.

 

12. Check de voorlopige aanslag vennootschapsbelasting 2020

De regels over belastingrente zijn streng. Zeker in vergelijking tot de rente op een spaarrekening is de rente die u de Belastingdienst moet betalen erg hoog. Voor alle belastingen geldt sinds 1 oktober 2020 het tarief van 4%. Van 1 juni 2020 tot 1 oktober 2020 gold vanwege de coronacrisis een lager percentage van 0,01%. U moet dus kritisch zijn op uw voorlopige aanslag of voorlopige teruggaaf. Heeft uw bv in 2020 beter gedraaid dan u dacht? Blijkt uit de (voorlopige) cijfers dat de bv over 2020 vennootschapsbelasting moet bijbetalen? Vraag dan om een aanpassing van de voorlopige aanslag vennootschapsbelasting 2020. Hiermee kunt u belastingrente voorkomen.

 

Let op! Belastingrente voorkomt u door vóór 1 mei 2021 een verzoek om een voorlopige aanslag over 2020 in te dienen, of de aangifte vennootschapsbelasting over 2020 vóór 1 juni 2020 in te dienen.

 

Let op! Een verzoek om bijzonder uitstel van betaling in verband met de coronacrisis wordt ook aangemerkt als een melding betalingsonmacht.

 

13. Schuif een deel van de winst door naar 2021

Dit jaar betaalt de bv 16,5% vennootschapsbelasting over de winst tot € 200.000. Boven die grens betaalt u 25%. Wilt u nog iets besparen en verwacht u dit jaar een winst boven de € 200.000? Het kan fiscaal voordelig zijn om de winst naar volgend jaar te verschuiven als u dan een lagere winst verwacht. In 2021 geldt namelijk een vennootschapsbelastingtarief van 15% voor winsten tot € 245.000. Het doorschuiven van winsten of eerder nemen van kosten kan dus nog wat opleveren.

 

14. Voorkom verliesverdamping

Heeft uw bv in het verleden verlies geleden? Dan kan de bv dat verlies verrekenen met toekomstige winsten. Deze verrekening is echter beperkt in de tijd. Een nog niet verrekend verlies uit 2011 kunt u alleen nog verrekenen met de winst over 2020.

Het is soms mogelijk om eerder winst te nemen, of kosten uit te stellen tot volgend jaar, waardoor u dit jaar (meer) winst behaalt.

 

Let op! Vanaf 2022 kunnen bv’s hun verliezen onbeperkt voorwaarts verrekenen. Maar er komt wel een maximum: boven de € 1 miljoen zijn verliezen nog maar voor 50% verrekenbaar in dat jaar. De beperkingen gaan gelden voor verliezen die ontstaan na 1 januari 2022, of die aan het eind van 2021 nog voorwaarts verrekenbaar zijn. Er komt dus geen overgangstermijn!

 

15. Niet te verrekenen AB-verlies: vraag om omzetting in korting

Heeft u, de dga, en uw partner geen aanmerkelijk belang meer, maar nog wel niet verrekende verliezen uit aanmerkelijk belang? Vraag de Belastingdienst dan om de nog niet verrekend verlies uit aanmerkelijk belang om te zetten in een belastingkorting van 26,25% (2020) van het bedrag van dit verlies.

 

16. Verzoek om de regeling voor functionele valuta toe te passen

Uw bv moet de aangifte vennootschapsbelasting in euro’s doen. Maar als uw onderneming de jaarrekening opmaakt in een andere munteenheid, dan kan de aangifte ook in die munteenheid worden gedaan. Dit kan voordeel opleveren.

Zo kunt u er namelijk voor zorgen dat valutaresultaten niet meer van invloed zijn op de vennootschapsbelasting die u in Nederland moet betalen.

 

Wilt u vanaf 1 januari 2021 gebruik maken van deze regeling voor functionele valuta? Doet u dan vóór 1 januari 2021 een verzoek bij de Belastingdienst.

 

Let op! Een keuze voor de regeling voor functionele valuta geldt in principe voor tien jaar.


17. Voorkom discussie: stel altijd een goede leningsovereenkomst op

De laatste jaren heeft de Belastingdienst veel aandacht voor leningen tussen vennootschappen. Als de lening niet op zakelijke voorwaarden is verstrekt, dan is de lening onzakelijk. Van een onzakelijke lening kan sprake zijn als geen aflossingsschema is overeengekomen of als aan de schuldeiser onvoldoende zekerheden zijn verstrekt. Is sprake van een onzakelijke lening, dan is een verlies op die lening niet aftrekbaar van de winst.

 

Om te voorkomen dat een lening onzakelijk is, moet u allereerst een leningsovereenkomst opstellen. Zorg dat u goede afspraken maakt over de te betalen rente en aflossing en over zekerheden voor de schuldeiser. Dit geldt ook als de lening wordt verstrekt tussen de vennootschap en de aandeelhouder-natuurlijk persoon.

 

18. Ga na of u alle overeenkomsten met de bv heeft vastgelegd

De dga en de bv worden nogal eens als één gezien. Strikt genomen is dat natuurlijk niet zo. Dat betekent dat alle overeenkomsten tussen de bv en de dga schriftelijk moeten worden vastgelegd. Ga daarom na of dat voor alle overeenkomsten (arbeidsovereenkomst, pensioenovereenkomst, leningsovereenkomst e.d.) is geregeld.

 

19. Dga: beoordeel uw verzekeringsplicht

Bent u statutair bestuurder van een bv en heeft u (direct of indirect) aandelen in die bv? Dan kan het zijn dat u voor de toepassing van de werknemersverzekeringen wordt aangemerkt als directeur-grootaandeelhouder (dga). In dat geval bent u niet verzekerd voor de werknemersverzekeringen. Dat geldt sinds 1 januari 2016 ook als u statutair bestuurder bent van een holding en die holding bestuurder is van haar dochtervennootschap. Dat blijkt uit de zogenaamde Regeling aanwijzing dga 2016. Die regeling is niet altijd even duidelijk. Misschien bent u door die nieuwe regeling inmiddels verplicht verzekerd voor de werknemersverzekeringen, of is juist het omgekeerde het geval. Mogelijk is de feitelijke situatie de afgelopen tijd veranderd. Laat daarom snel uw verzekeringsplicht opnieuw beoordelen.

 

20. Voorkom belasting over een extra beloning: dividend in plaats van loon

Drijft u uw onderneming via een bv en wilt u dit jaar uzelf nog een bonus uitkeren? Door dividend uit te keren in plaats van een bonus, kunt u belasting besparen.

 

Let op! Voor het uitbetalen van dividend moeten wel een balanstest en een uitkeringstoets worden gedaan. Ga dit altijd na.

 

Let op! Voor de NOW-regeling en het bijzonder uitstel van betaling in verband met de coronacrisis geldt als voorwaarde dat het niet is toegestaan om dividend of een bonus uit te keren.

  

Particulieren

1. Minder belastingvoordeel voor aftrekposten

Een heel aantal aftrekposten is niet meer aftrekbaar tegen het hoogste tarief in de inkomstenbelasting, maar gemaximeerd tot een bepaald tarief. Het gaat dan bijvoorbeeld om de aftrek van de eigenwoningrente en de persoonsgebonden aftrek zoals partneralimentatie. De afbouw van het aftrektarief vindt gefaseerd plaats: in 2020 is dat tegen 46%, in 2021 tegen 43%, in 2022 tegen 40% en in 2023 tegen 37,05%.

 

Tip: Probeer de schade te beperken door de aftrekposten zoveel mogelijk naar voren in de tijd te halen: een aftrek in 2020 levert namelijk meer belastingvoordeel op dan een aftrek in een later jaar.

 

2. Voeg aftrekposten samen

Voor bepaalde aftrekbare kosten moet u rekening houden met een inkomensafhankelijke drempel. Dit geldt bijvoorbeeld voor uw zorgkosten en de giften aan goede doelen. Het kan dan voordelig zijn om kosten naar voren te halen of juist uit te stellen, zodat u maar één keer te maken krijgt met een drempel in plaats van elk jaar.

 

Let op! Er geldt een plafond voor aftrek van giften van 10% van het verzamelinkomen vóór aftrek van de persoonsgebonden aftrekposten. Komen de giften boven dat plafond uit, dan kunt u beter splitsen.

 

Let op! Met ingang van 1 januari 2021 zijn contante giften niet langer aftrekbaar. Betaling per bank is dus noodzakelijk.

 

Tip: overweeg uw jaarlijks terugkomende giften om te zetten in een periodieke gift. Er geldt dan geen drempel.

 

3. Voorkom de hoge box 3-heffing

De box 3-heffing over spaargeld kan fors oplopen, ondanks dat u amper rente ontvangt. Met ingang van 2021 wordt het heffingsvrije vermogen in box 3 aanzienlijk verhoogd. De vrijstelling wordt dan verhoogd tot € 50.000 per belastingplichtige. Fiscale partners betalen dus tot een vermogen van € 100.000 geen belasting meer.

 

Tip! Aflossen van schulden in box 3 kan ook zinvol zijn als uw vermogen beperkt is en u geen belasting betaalt in Box 3. U voorkomt daarmee namelijk hoge rentelasten.

 

4. Los kleine schulden in box 3 af

Het vermogen in box 3 van de inkomstenbelasting bestaat uit de waarde van de bezittingen min uw schulden. De schulden komen echter alleen in aftrek als ze meer bedragen dan € 3.100 (2020 en 2021). Voor partners geldt het dubbele bedrag, dus een drempel van € 6.200.

 

Heeft u kleine schulden die in box 3 vallen en beschikt u over voldoende vermogen, dan kunt u een fiscaal voordeel behalen door de schulden af te lossen. Zorg dat u dit heeft gedaan voor de peildatum van 1 januari 2021. Daarnaast bespaart u natuurlijk ook rente over de schulden, zodat u tweemaal voordeel heeft.

 

5. Kies voor groene beleggingen

Heeft u vermogen in box 3 waarover u inkomstenbelasting moet betalen, kijk dan ook eens of het voordelig is om te investeren in groene beleggingen. Er geldt namelijk een vrijstelling voor groene beleggingen in box 3. Op 1 januari van het jaar (peildatum) geldt een vrijstelling tot een gezamenlijke waarde van maximaal € 59.477 (2020) in box 3. Dit is het bedrag zonder partner. Voor partners geldt het dubbele bedrag, dus € 118.954. Daarnaast kunt u profiteren van een extra heffingskorting. U heeft namelijk recht op de heffingskorting voor groene beleggingen en die bedraagt 0,7% van het vrijgestelde bedrag in box 3.

 

Let op! U kunt alleen gebruik maken van de vrijstelling en de heffingskorting als u op 1 januari groene beleggingen heeft.

 

6. Studiekosten tot 2022 aftrekbaar

De aftrek van studiekosten is beperkt tot kosten die u maakt om in de toekomst (meer) inkomen te verwerven, inkomsten uit arbeid of winst. Het gaat hierbij om het college- of inschrijfgeld, de les-, cursus- en examengelden én de door de onderwijsinstelling verplicht gestelde leer- en beschermingsmiddelen. Daarbij is computerapparatuur expliciet uitgesloten.

 

Tip: Overleg met uw werkgever of deze bereid is (een deel van) uw studiekosten te vergoeden. Uw eigen aftrek vervalt dan, maar uw werkgever kan deze kosten volledig in aftrek brengen.

 

Let op! Waarschijnlijk vervalt deze fiscale aftrek per 1 januari 2022. Het kan daarom gunstig zijn om in 2020 en 2021 nog te profiteren van de aftrek.

 

7. Laat uw huwelijkse voorwaarden controleren

De keuze voor een bepaald huwelijksgoederenregime wordt vaak bij het aangaan van het huwelijk bewust gemaakt en in de jaren daarna als vaststaand gegeven aanvaard. Door gewijzigde feiten en omstandigheden in de loop der tijd kan een ander huwelijksgoederenregime veel gunstiger zijn dan de indertijd gekozen regeling. Een periodieke heroverweging is daarom noodzakelijk, met name bij verandering in de gezins- of familiesituatie of bij een aanzienlijke vermogensstijging of -daling.

 

Let op! Het wijzigen of aangaan van huwelijkse voorwaarden moet via de notaris gebeuren.

 

8. Voer het verrekenbeding uit van uw huwelijkse voorwaarden

Bent u op huwelijkse voorwaarden getrouwd en is er in uw huwelijksvoorwaarden een verrekenbeding opgenomen? Vergeet dan niet de verrekening met uw echtgenoot op te stellen. Als verrekening (over een reeks van jaren) achterwege is gebleven, dan kan dat bij overlijden of echtscheiding tot hoogst onaangename gevolgen leiden. Veelal wordt dan namelijk bij overlijden of echtscheiding aangenomen dat de partners in gemeenschap van goederen waren gehuwd.

 

Tip! Heeft u jarenlang verzuimd het periodiek verrekenbeding na te leven, neem dan contact op met uw adviseur. Dergelijke verrekenbedingen moeten zo snel mogelijk worden ‘hersteld’. Met behulp van een vaststellingsovereenkomst en wijziging van de verrekening kunnen de bedoelingen van partijen alsnog worden gerealiseerd.

 

9. Betaal (hypotheek-)rente zes maanden vooruit!

Als uw inkomen in 2021 lager zal zijn dan dit jaar, is het voordelig om (hypotheek)rente op uw eigen woning nog dit jaar vooruit te betalen. De renteaftrek in 2020 vindt nog plaats tegen een aftrektarief van maximaal 46%, in 2021 is dat 43%. Vooruitbetaalde rente die (contractueel) betrekking heeft op de periode tot 30 juni 2021 is in 2020 volledig aftrekbaar. Door de (hypotheek)rente dit jaar 6 maanden vooruit te betalen, krijgt u eerder en meer belasting terug over de vooruitbetaalde rente. Daarnaast bespaart u ook nog belasting in box 3, omdat u op 1 januari minder vermogen hebt.

 

10. Koop of verkoop eigen woning en de belastingheffing in box 3: vóór of na 31 december 2020?

Als u uw eigen woning binnenkort gaat verkopen, is het voordelig om de eigendomsoverdracht uit te stellen tot ná de jaarwisseling als u nog geen andere eigen woning heeft gekocht waarvoor u de verkoopopbrengst van uw huidige woning wilt aanwenden. Als u uw woning nog dit jaar verkoopt en notarieel levert, behoort de opbrengst tot het vermogen in box 3. Door pas ná de jaarwisseling uw woning te leveren, blijft dit per 1 januari 2020 buiten aanmerking voor de vermogensrendementsheffing.

Als u een eigen woning wilt gaan kopen en dat huis voor een flink bedrag met eigen vermogen wilt betalen, geldt het omgekeerde. In dat geval gaat uw vermogen in box 3 over naar box 1, waardoor het juist gunstig is om nog vóór de jaarwisseling de woning te laten leveren.

 

11. Koop of verkoop woningen en de overdrachtsbelasting: voor of na 31 december 2020?

Met ingang van 1 januari 2021 is het lage tarief voor de overdrachtsbelasting van 2% alleen nog van toepassing op de aankoop van een echte eigen woning. Een tweede woning of een vakantiewoning zal bij aankoop belast worden met 8% overdrachtsbelasting. Het is dus verstandig om tweede woningen of vakantiewoningen nog in 2020 aan te schaffen en zo overdrachtsbelasting te besparen, omdat nu nog het tarief van 2% voor deze woningen van toepassing is. Kopers van een eigen woning die nog geen 35 jaar oud zijn, krijgen met ingang 1 januari 2021 een vrijstelling voor de overdrachtsbelasting. Het kan dus voordelig zijn om de koop van de woning uit te stellen.

 

Kopers van andere onroerende zaken zoals bedrijfspanden en verhuurde woningen doen er goed aan om ook dit jaar nog actie te ondernemen. Het algemene tarief van 6% wordt namelijk per 1 januari verhoogd naar 8%.

 

Let op! De vrijstelling voor kopers jonger dan 35 jaar geldt met ingang van 1 april 2021 alleen nog voor de aankoop van een eigenwoning met een aankoopbedrag tot € 400.000. Ligt het aankoopbedrag hoger, dan is vanaf die datum over het gehele bedrag 2% overdrachtsbelasting verschuldigd.

 

12. Maak gebruik van de schenkvrijstellingen

De twee bekendste vrijstellingen voor schenkingen aan kinderen zijn de jaarlijkse vrijstelling (van € 5.515 in 2020) én de eenmalig verhoogde vrijstelling (van € 26.457 in 2020). Die verhoogde vrijstelling kan slechts éénmaal worden benut, voor een kind dat tussen de 18 en de 40 jaar jong is. Bent u vergeten om uw zoon of dochter tijdig – vóór hun 40e – een ‘grote’ vrijgestelde schenking te doen? Als de (huwelijks)partner van uw kind nog geen 40 jaar is, dan kunt u ook gebruikmaken van deze vrijstelling bij een schenking aan uw kind.

 

Let op! Maakt u gebruik van de eenmalig verhoogde vrijstelling van € 26.457, dan kunt u in latere jaren geen gebruik meer maken van de andere verhoogde vrijstellingen (zie hieronder).

U moet aangifte doen als u gebruik maakt van de eenmalige verhoogde vrijstelling. Maakt u gebruik van de jaarlijkse vrijstelling, dan hoeft u geen aangifte te doen.

 

13. Schenk uw kind € 55.114 belastingvrij!

Ouders kunnen een kind in 2020 eenmalig € 55.114 belastingvrij schenken voor het volgen van een studie. Om deze vrijstelling te kunnen benutten, moet aan de volgende voorwaarden worden voldaan:

·         het kind moet ten tijde van de schenking tussen de 18 en de 40 jaar oud zijn;

·         de schenking moet in één jaar plaatsvinden, tot maximaal € 55.114;

·         het kind moet het bedrag van de schenking gebruiken voor het betalen van de kosten van een studie of een opleiding voor een beroep waarvan de kosten aanzienlijk meer zijn dan gebruikelijk;

·         de bestemming van het geschonken bedrag moet in een notariële akte zijn vastgelegd en binnen twee jaar daaraan zijn besteed.

 

Let op! U moet aangifte doen voor de schenkbelasting als u gebruik maakt van deze vrijstelling.

 

Let op! In 2021 wordt de jaarlijkse schenkvrijstelling eenmalig verhoogd tot € 6.604 voor kinderen en tot € 3.244 voor anderen.

 

14. Vrije schenking eigen woning: € 103.643 in 2020

In 2020 kan iedereen eenmalig € 103.643 belastingvrij schenken voor een eigen woning. Om deze vrijstelling te kunnen benutten, moet aan de volgende voorwaarden worden voldaan:

·         De begiftigde moet tussen de 18 en 40 jaar zijn;

·         hij moet de schenking gebruiken voor de koop of verbouwing van een eigen woning, de aflossing van een eigenwoningschuld (of restschuld), dan wel besteden aan de afkoop van rechten van erfpacht, opstal of beklemming van zijn eigen woning;

 

De verruimde vrijstelling geldt zowel binnen als buiten de directe familiesfeer. De schenking mag plaatsvinden over maximaal drie opeenvolgende kalenderjaren.

 

Let op! U moet aangifte doen voor de schenkbelasting als u gebruik maakt van deze vrijstelling.

 

15. Schenk aan uw kleinkind

Voor schenkingen aan kinderen geldt een reguliere jaarlijkse vrijstelling van € 5.515 (bedrag voor 2020), voor een schenking aan een kleinkind is dat € 2.208. U kunt een schenking aan uw kind (tot het bedrag van de wettelijke vrijstelling) ook combineren met een vrijgestelde schenking aan uw kleinkinderen. U schenkt in dat geval aan uw kind het totale bedrag van de vrijstellingen voor het kind én kleinkind van € 7.723 (€ 5.515 + € 2.208), onder de last dat uw kind € 2.208 schuldig erkent aan het kleinkind. Uw kind krijgt zo zonder schenkbelasting de beschikking over het totale bedrag; de schuldigerkenning aan zijn kind (het kleinkind) kan hij op een passend tijdstip – mits bij leven – afwikkelen.

 

16. Schenk onder schuldigerkenning

Bij een schenking onder schuldigerkenning schenkt u ‘op papier’ aan de kinderen: u schenkt een som geld en u blijft dat geschonken bedrag schuldig. Daardoor krijgt u een schuld aan uw kinderen. De kinderen krijgen hierdoor een vordering op u. Die vordering kunnen zij meestal pas opeisen bij het overlijden van de langstlevende ouder. Deze vorm van schenking is goed toepasbaar als u niet voldoende vrije middelen ter beschikking heeft, bijvoorbeeld als het geld vastzit in uw onderneming of in beleggingen.

 

Let op! U moet over het schuldig gebleven bedrag jaarlijks een rente van 6% per jaar aan de kinderen betalen. Doet u dat niet, dan worden de kinderen geacht het bedrag van de schenking (plus de te betalen rente) bij overlijden alsnog krachtens erfrecht te hebben verkregen en moeten zij ze daarover toch nog erfbelasting betalen. Uw inkomen moet dus wel voldoende zijn om jaarlijks rente te betalen.

 

17. Leen geld aan uw kinderen

Is uw kind voornemens een huis te kopen of een onderneming te starten? Dan is het wellicht voor u en uw kind gunstig hiervoor een lening te verstrekken. Voor u vormt de lening een bezitting in box 3. Bij u wordt de waarde van de vordering op uw kind in box 3 belast tegen een belastingtarief van maximaal 1,79% in 2021, ongeacht de hoogte van de overeengekomen rente.

Voor uw kind vormen de rente en kosten van de geldlening aftrekbare kosten, die tegen een veel hoger belastingtarief in aftrek komen.

 

Let op! De rente die uw kind moet betalen en de andere voorwaarden van de lening moeten zakelijk zijn, anders zou er sprake kunnen zijn van een schenking.

 

Let op! Als uw kind de lening gebruikt om een huis te kopen en de rente in aftrek wil brengen, moet de lening voldoen aan de voorwaarden die worden gesteld aan een eigenwoningschuld.

 

Tip! U kunt uiteraard de door uw kind betaalde rente ook weer onbelast terugschenken als u gebruik maakt van de jaarlijkse schenkingsvrijstelling. Zo worden de lasten van de financiering van uw kind nog lager.

 

18. Doe grotere privé-uitgaven nog dit jaar!

Als u dit jaar in privé nog een nieuwe auto of een nieuwe inboedel voor uw woonkamer koopt, bespaart u belasting in box 3. Dergelijke bezittingen behoren namelijk niet tot de grondslag voor de vermogensrendementsheffing. Dat betekent dat als u de aankoop voor bijvoorbeeld € 50.000 nog dit jaar afwikkelt, uw vermogen in box 3 op 1 januari 2021 met € 50.000 is verminderd, terwijl u de waarde van verkregen auto of inboedel niet in box 3 hoeft aan te geven. Dat bespaart u belasting in box 3.

 

19. Verzoek om middeling

Heeft u sterk wisselende inkomsten in drie aaneengesloten jaren gehad, dan heeft u wellicht recht op een onverwachte belastingteruggave. Door het inkomen te middelen – gelijkelijk te verdelen – over die drie jaren kunt u de nadelige werking van het progressieve tarief van de inkomstenbelasting ongedaan maken.

Door de middeling wordt de belasting herrekend en wel op basis van het gemiddelde inkomen over die drie jaren. Het verschil tussen de werkelijk geheven belasting en de herrekende belasting na middeling wordt na aftrek van een drempel terugbetaald. Middeling is alleen mogelijk over het inkomen in box 1.

 

20. Betaal premies voor lijfrenten op tijd

Heeft u een extra potje nodig voor uw oude dag, dan is een lijfrente een goede optie. Met een lijfrente kunt u sparen voor extra inkomen naast of in plaats van pensioen. De betaalde premie of inleg mag u aftrekken. Wilt u de premies aftrekken in de aangifte inkomstenbelasting 2020, dan moet u de lijfrentepremie of inleg wel vóór 31 december 2020 betalen.

 

Let op! De betaalde premie is alleen aftrekbaar als u een pensioentekort heeft. Dit wordt bepaald aan de hand van de jaarruimte en reserveringsruimte.

 

Voor vragen over een van deze tips kunt u uiteraard contact met ons opnemen. Telefoonnummer 085 – 877 14 21; e-mail info@vincer.nl of gebruik het contactformulier van de onze website.